Landbouwrapport 

DE TEXELSE LAND- EN TUINBOUW


Morgen is vandaag!

De Texelse land- en tuinbouw verdient een
blijvende plaats op het eiland en in de economie

 

vetgaaf.jpg

Vijf jaar geleden heeft een werkgroep bestaande uit leden van de toenmalige WLTO (nu LTO Noord) en de KAVB een rapport uitgebracht over de toekomst van de Texelse land- en tuinbouw, genaamd "Met het oog op... morgen".

De noodzaak om toen dat rapport uit te brengen was gelegen in het feit dat er een onevenwichtigheid dreigde te ontstaan tussen de drie belangrijkste sociaal-economische sectoren (toerisme, landbouw en visserij), als het beleid van de diverse overheden niet zou worden bijgesteld.
De kans zou niet denkbeeldig zijn dat de sector toerisme een te dominante positie zou innemen in het sociaal-economische krachtenveld ten koste van vooral de land- en tuinbouwsector.
Het rapport gaf een analyse van de Texelse land- en tuinbouw met zijn sterke en zwakke kanten en gaf aan op welke thema's gestuurd zou moeten worden om te komen tot een versterking van zijn positie.

De twee belangrijkste thema's die in het rapport naar voren gebracht werden, waren grond en water. Het behoud van voldoende areaal landbouwgrond in combinatie met een goede waterhuishouding is de basis voor een gezonde Texelse agrarische sector. In het rapport werd een lijst opgenomen van actiepunten die in overleg met de lokale, regionale en provinciale overheden en met de diverse maatschappelijke organisaties zouden moeten worden nagestreefd.

Inmiddels zijn er vijf jaar verstreken na het uitbrengen van het rapport en is het nu de hoogste tijd om de balans op te maken.


Zijn de geformuleerde doelen bereikt?
Heeft de Texelse land- en tuinbouw zijn positie binnen de eilandeconomie kunnen waarborgen?
Zijn de externe bedreigingen de kop ingedrukt?

 

Om met het laatste te beginnen:De externe ontwikkelingen en bedreigingen zijn eerder toe- dan afgenomen. Het Europese landbouwbeleid verandert sterk. Het beschermende landbouwbeleid is aan het wegvallen, de wereldmarkt lijkt de maat der dingen te worden. Het gaat er nu vooral om hoe sterk een bepaald landbouwgebied is ten opzichte van een ander landbouwgebied in Europa.

Voor Nederland geldt vooral: blijft Nederland een sterk agrarisch land binnen Europa en welke landbouwgebieden binnen ons land hebben de gunstigste kostprijs en kunnen daardoor het beste concurreren?

 

pamflet1.jpg   pamflet2.jpg

 

De prijsdruk vanwege internationale concurrentie en de daarmee verband houdende aanpassing van het landbouwbeleid is zeker nog niet ten einde. Als antwoord hierop zal verdere schaalvergroting van de bedrijven onontkoombaar blijven.
De consequenties van de schaalvergroting zijn op verschillende manieren zichtbaar in het landschap. De daling van het aantal bedrijven heeft een vermindering van het aantal bedrijfsgebouwen dat in actief agrarisch gebruik is tot gevolg. De schaalvergroting uit zich ook in het ontstaan van nieuwe, grote gebouwen op het platteland.

De schaalvergroting leidt dus gaandeweg tot een grofmaziger en ook een opener landschap. Dit hoeft niet slecht te zijn voor het behoud van een weids en open landschap.

Om dit spanningsveld te verminderen heeft het ministerie van LNV het zogeheten 'drie-lagen model' ontwikkeld:

 

1e laag: verbetering van de concurrentiekracht van de land- en tuinbouw
2e laag: verbetering van de kwaliteit van milieu, natuur en landschap op het platteland
3e laag: verbrede plattelandsontwikkeling


De gedachte is dat de eerste laag het deel van de Nederlandse land- en tuinbouw betreft dat in staat is te overleven op de (wereld)markt zonder blijvende steun.


De tweede laag betreft agrariërs die te maken hebben met allerlei additionele beperkingen op haar productiewijze. Te denken valt aan boeren in gebieden met een hoge ecologische of cultuurhistorische waarde, waarbij het verdwijnen maar ook het rationaliseren van de land- en tuinbouw die kwaliteiten aantast. Voor die boeren wordt een wellicht blijvende compensatie door de overheid noodzakelijk geacht.


De derde laag betreft de land- en tuinbouw die specifieke diensten aan de maatschappij levert waarvoor betaald moet worden door particulieren of overheid (vergoeding voor waterberging, voor natuurbeheer, voor het leveren van streekproducten, voor overnachting etc.).
Met de drie-lagige aanpak zijn ongetwijfeld heel wat problemen aan te pakken, ook al is de concrete beleidsinvulling nog lang niet klaar.

 

Conclusie: de externe ontwikkelingen gaan in een hoog tempo door. Als hier niet op geanticipeerd wordt is de Texelse land- en tuinbouw per definitie verliezer.
Zaak is om echte keuzes te maken! Bij het maken van deze keuzes spelen de diverse overheden een sleutelrol.

 

De andere twee zojuist gestelde vragen zijn:

Zijn de geformuleerde doelen uit het rapport bereikt en heeft de Texelse land- en tuinbouw zijn positie binnen de eilandeconomie kunnen waarborgen?
Op deze vragen moet helaas vijf jaar na het uitbrengen van het rapport een duidelijk NEE uitgesproken worden.

Ofschoon er diverse actiepunten uit het rapport wel degelijk gerealiseerd zijn, zijn er diverse hoofdpunten waar nog geen zekerheid over bestaat, zoals het behoud van het areaal landbouwgrond, een goede waterhuishouding en mogelijkheden voor verdere schaalvergroting.

De werkgroep van toen wil hierop de aandacht vestigen met dit pamflet. Zij wil aangeven dat er meer dan ooit geanticipeerd moet worden op externe ontwikkelingen.

 

ER MOET NU ACTIEF WORDEN GEANTICIPEERD
DOOR DE OVERHEDEN, MET NAME DE PROVINCIALE 
EN LOKALE OVERHEID MET INSTRUMENTEN DIE
MET NAME DE RUIMTELIJKE ORDENING BIEDT: 
HET ONTWIKKELINGSBEELD NOORD-HOLLAND NOORD
EN HET BESTEMMINGSPLAN.

 

Vanuit de gedachte dat het drie-lagen model ook op Texel van toepassing verklaard kan worden, wil de werkgroep een aantal hoofdpunten (speerpunten) naar voren brengen.

 

Deze hoofdpunten zijn:

 

1. Behoud van het areaal Land-tuinbouwgrond

Texel is als eiland extra kwetsbaar omdat de handels- en dienstverlenende bedrijven zich zullen terugtrekken als het volume van de productie te klein wordt. Deze bedrijven zijn nu zeer positief over de professionaliteit, daadkracht en ondernemerschap van de Texelse agrarische ondernemers. De samenwerking tussen de Texelse land- en tuinbouw en deze bedrijven is nu zeer goed te noemen en van onschat-bare betekenis voor de plaats van de land- en tuinbouw in de eilandeconomie. Behoud van areaal is nodig om kwaliteit en volume voor vruchtwisseling te behouden. Een ruime vruchtwisseling, en dus voldoende areaal, is nodig ter voorkoming van ziektes.

 

2. Schaalvergroting en structuurverbetering land- en tuinbouw-bedrijven is nodig om te kunnen blijven investeren en om professionele bedrijven te kunnen behouden

De Texelse bedrijven hebben landelijk gezien een goede uitgangspositie qua schaal- en bedrijfsvoering. Vanuit het drie-lagen model liggen voor een groot deel van de Texelse bedrijven kansen in de eerste laag, nl. bedrijven die voor de markt produceren. Bovendien zullen de handels- en dienstverlenende bedrijven zich op Texel blijven richten, wat van onschatbare waarde is. Hand in hand met deze schaalvergroting moet via de Stichting Agrarisch Texel (STIVAS) gewerkt blijven worden aan verdere structuurverbetering van de bedrijven, waarbij met name jonge boeren de mogelijkheid krijgen om grond aan te kopen.

 

3. De infrastructuur met de vaste wal dient verbeterd te worden

Een goede agrologistiek is belangrijk voor de land- en tuinbouw op Texel. Er gaat de laatste tijd veel tijd verloren met de afwikkeling van het bootverkeer in en naar Den Helder. Dit baart de Texelse land- en tuinbouw grote zorgen. De tijdsfactor met betrekking tot de verkeersafwikkeling is één van de grote knelpunten. Er dient een actieve oplossing voor een optimale ontsluiting van Den Helder te komen. Dit knelpunt werkt kostprijsverhogend voor de Texelse land- en tuinbouw. Mede met het oog hierop is het voor de land- en tuinbouw van grote betekenis dat ook de haven van Oudeschild als werkhaven behouden blijft. Naast de aan- en afvoer van grondstoffen en producten per as, is een verbinding met vrachtschepen van cruciale betekenis.

 

4. De waterhuishouding kan beter

De waterhuishouding op Texel mag een goede bedrijfsvoering van de landbouwbedrijven niet in de weg staan. Op dit terrein dient nog het nodige verbeterd te worden. Er is inmiddels een start gemaakt met het Masterplan water. Dit is een goede zaak, maar de belangen van land- en tuinbouw en het waterbeheer dienen nog meer op elkaar te worden afgestemd. De agrarische sector wil in een vroeg stadium betrokken worden bij het maken van plannen. De aanpassing van de watersystemen in de polders Eierland en Waal en Burg moet gericht zijn op het bestrijden van verdroging en verzilting in droge periodes. De afvoer moet voldoende zijn om extreme neerslag, zoals bijvoorbeeld in het jaar 2000, aan te kunnen. De land- en tuinbouw heeft behoefte aan voldoende en zoet water. Voldoende waterbergend vermogen is daarom belangrijk. Actieve vernatting van gronden en passieve verzilting is funest voor de land- en tuinbouw.

 

5. Benutten van Europese subsidies en andere fondsen

Nederland maakt onvoldoende gebruik van Europese subsidies. Met name de Europese subsidieregeling Landbouw met Natuurlijke Handicap zou veel beter benut kunnen worden. Texel en de andere waddeneilanden hebben door hun eilandpositie hogere kosten vanwege deze natuurlijke handicap. Texel zou hier de volgende periode voor in aanmerking kunnen komen. Hiervoor dient dan wel druk of invloed uitgeoefend te worden op de overheden en dient er via de provincie in Brussel voor gelobbyd te worden.

 

6. Ontwikkelen van een instrumentarium van groene en blauwe diensten

De overheid is veel te traag in het ontwikkelen van dit instrumentarium.De roep vanuit de maatschappij naar specifieke diensten, zoals waterberging en agrarisch natuurbeheer vraagt om een voortvarende aanpak, waarbij boeren bij uitstek de partij zijn om deze diensten te leveren (derde laag). Hier dienen dan wel voldoende financiën uit te vloeien om een inkomen te genereren.

 

7. Waar nodig inzetten op verbrede landbouw

Niet alle bedrijven hebben kansen in de eerste laag. Voor die bedrijven biedt de verbreding perspectief. Het gaat hier onder meer om het ontwikkelen van streekproducten, het beheer van natuur en landschap en het inspelen op 'groene energie', recreatie en toerisme. Hiermee vervult de Texelse land- en tuinbouw een brugfunctie naar maatschappij en samenleving (derde laag).

 

8. Herbezinning op de flora- en faunawet

De Texelse land- en tuinbouw maakt zich grote zorgen over de enorme toename van onder andere diverse ganzensoorten die grote schade veroorzaken aan de diverse gewassen. Met name het overzomerende grauwe ganzenbestand moet gereduceerd worden. Daarom pleit de werkgroep bij de overheden voor een herbezinning op de Flora- en faunawet, die nu veel te veel in dienst staat van natuur en landschap en veel te weinig rekening houdt met de belangen van land- en tuinbouw. Als het beleid niet veranderd wordt, worden dit onbeheersbare problemen.

 

9. Samenwerking in uitvoering

De Texelse land- en tuinbouw wil de noodzakelijke agrarische structuurversterking ook tot uitvoering brengen. Daartoe stelt zij voor een samenwerkingsverband op te richten met de gemeente, het waterschap, de provincie en de gezamenlijke natuurbeschermings-organisaties. Dit samenwerkingsverband dient uitvoering te geven aan de Texelse landbouwagenda, tevens aandacht te schenken aan de agrarische waterhuishoudkundige belangen, aanspreekpunt te zijn voor het Investerings-budget Landelijk Gebied en andere geldstromen. Ook dient het in zijn algemeenheid het Texels belang in Europees verband op de kaart te zetten. De Texelse land- en tuinbouw, met steun vanuit LTO Noord, zal hiertoe het initiatief nemen.
 

Recapitulatie

Dit pamflet is een vervolg op het rapport "Met het oog op... morgen". Het rapport is vijf jaar geleden uitgebracht. De doelstellingen van het rapport zijn slechts ten dele bereikt. De marktomstandigheden en de beleidsomgeving van de Texelse land- en tuinbouw verandert in een hoog tempo. Belangrijke hoofddoelstellingen uit het rapport dreigen niet gehaald te worden, zoals behoud van het areaal land- en tuinbouwgrond en het behoud van de concurrentiepositie. Als vervolg op het rapport van vijf jaar geleden wil de werkgroep nu inzetten op een beperkt aantal hoofddoelen (speerpunten), maar er moet dan ook alles op alles worden gezet om die te bereiken. Hiervoor is intensief overleg nodig met overheden en maatschappelijke organisaties. De werkgroep heeft zijn focus vooral gericht op provinciale en gemeentelijke overheden omdat die met het instrumentarium van de ruimtelijke ordening veel invloed hebben. Belangrijke ijkmomenten zijn het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord en de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied.

 

Totaal aantal 
agrarische bedr.
(hoofdactiviteit)
Akkerbouwbedr. Tuinbouwbedr. Graasdierbedr. Combinaties
1990 244 38 49 108 49
2003 220 38 44 95 43



  Bedrijven met akkerbouw Bedrijven met bloembollen Bedrijven met melkkoeien Bedrijven met schapen
1990 197 131 108 152
2003 163 80 56 86



  Opp. cultuurgrond (ha) Akkerbouwgewassen Grasland Tuinbouw Braak
1990 8.472 3.559 4.260 586 67
2003 8.791 3.938 4.121 694 38



  Aantal melk- en fokvee Melkquotum (kg) Aantal vlees- en weidevee Aantal vleeskalveren Aantal schapen en lammeren
1990 8.648 28 miljoen 2.501 27 36.275
2003 5.384 23 miljoen 1.913 865 27.207



  Granen (ha) Peulvruchten (ha) Graszaad (ha) Pootaardappelen (ha) Con. saardappelen (ha) Suikerbieten (ha) Snijmaïs (ha)
1990 953 147 363 665 271 584 337
2003 1.116 38 273 966 168 580 490



  Narcis Tulp Lelie Hyacint Bijz. bolgewassen Vaste plant + Dahia
1990 244 88 98 8 40 0
2003 171 109 36 36 56 38



  Gezinsarbeidskrachten Niet gezinsarbeidskrachten
1990 630 92
2003 512 135

 

Op een beroepsbevolking van ongeveer 6500 mensen werken dus meer dan 10% in de landbouw.

Bron: CBC (Centraal Bureau voor de Statistiek)

Omzetcijfers primaire agrarische sector

 

Indicatieve omzet 2003/2004 (afgerond x € 1.000,-)

Schapenhouderij 1.400
Melkveehouderij 8.500
Vleesvee 2.100
Totaal veehouderij 12.000
Totaal akkerbouw 10.500
Agrarisch natuurbeheer 900
Totaal bollenteelt/vaste planten 7.300
Totale omzet agrarisch Texel 30.700

 

Tenslotte

Dit pamflet heeft een indringende boodschap: Een groot deel van de Texelse land- en tuinbouw kan alleen overleven als er aansluiting wordt gezocht bij de markt. De Texelse land- en tuinbouw beschikt over een goede uitgangspositie en moet in staat worden gesteld blijvend hoogwaardige kwaliteit te leveren om zodoende zijn concurrentiepositie te handhaven.

De structuur en de bedrijfsvoering van de bedrijven dreigen echter achterop te gaan lopen, als de bakens niet tijdig verzet worden. De Texelse boeren zijn voortdurend bezig de bakens te verzetten en in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Zij mogen dit ook verwachten van de bestuurders en de beleidsmakers, want een optimaal resultaat voor economie en balans in landschap en natuur kan alleen bereikt worden als er sprake is van een goed samenspel! Het doel van dit pamflet is dat dit signaal duidelijk over komt. Er moet nu geanticipeerd worden op de veranderende omstandigheden, want er is geen tijd te verliezen!

 

DE TEXELSE LAND-EN TUINBOUW HEEFT NU MEER DAN OOIT DE STEUN NODIG VAN DE BESTUURDERS EN DE BELEIDSMAKERS VAN DE PROVINCIE EN DE GEMEENTE WANT:

MORGEN IS VANDAAG!



Dit pamflet kwam mede tot stand door specialisten van:

Rabobank
ABN AMRO
Fa. A. Bakker Azn.
NBC Eelman & Partners
Agrifirm

Een speciaal woord van dank willen wij richten aan de heer drs. N.C. Barendregt m.p.f.m. voor zijn bijdrage aan de totstandkoming van dit project.



 

'morgen is vandaag'!
juni 2005